Tino Schouten: ‘Het boek gaat morgen echt dicht’

Dinsdag 24 februari 2026 – INTERVIEW
Tino Schouten: ‘Het boek gaat morgen echt dicht’
Na twaalf jaar lokale politiek stopt Tino Schouten morgenavond. Als lijsttrekker zorgde hij ervoor dat in 2022 één op de vier kiezers het hokje van VoorBaarn rood kleurde. In dit gesprek kijkt hij openhartig terug op zijn politieke jaren, de breuk, de teleurstelling over de lokale politiek en wat er nu komt.
(Door: Eugene Leenders)
Eerlijk gezegd voelt het ook als een bevrijding. Aan de ene kant natuurlijk wel. Het is mooi geweest. Na twaalf jaar is het klaar. Het boek gaat ook echt dicht voor mij. Dat klinkt misschien hard, maar zo voelt het wel.”
Tino Schouten is zich ervan bewust dat hij een belangrijk hoofdstuk in zijn leven morgenavond afsluit. Voor de laatste keer een borrel (Juttertje) en samen met zijn vrouw even napraten, na de raadsvergadering. Zijn laatste na bijna twaalf jaar raadslid.
Wat gaat u nu doen?
„Ik ga andere dingen doen. Meer vrijwilligerswerk. Actief bij het g-handbalteam en natuurlijk mijn hobby: het verzamelen van Baarnse ansichtkaarten, waarvan ik er inmiddels 2000 heb. Nu al merk ik dat ik ineens tijd overhoud. Dat je op een doordeweekse avond eens een wedstrijd kunt gaan kijken of gewoon even niets hoeft.”
Gaat u de politiek missen?
„Ja, natuurlijk. Je raakt gewend aan een bepaald ritme. Stukken die binnenkomen, lezen, vergaderen, het gesprek voeren. Dat ‘politieke stofje’ raak je wel kwijt. Daar ben ik me heel goed van bewust. Maar voor mij is het hoofdstuk echt afgesloten.”
Terug naar het begin. Hoe bent u ooit in de Baarnse politiek terechtgekomen?
„Ik werd benaderd door Edwin Kouwenberg nadat ik me op sociale media behoorlijk had uitgesproken. Ik dacht toen: als je zo nodig vanaf de zijlijn roept, dan moet je ook de verantwoordelijkheid nemen om zelf te gaan zitten. Dat heb ik ook een beetje van huis uit meegekregen: niet alleen commentaar leveren, maar meedoen. Toen heb ik me aangesloten bij de lijst Tinos Snyders.”
U kwam als nieuw raadslid in een raad met veel ervaren politici.
„Dat was een harde leerschool. Je zat ineens tussen mensen die het vak echt beheersen. Als je stukken niet goed kende, werd je daar genadeloos op aangesproken. Dat was niet altijd prettig, maar het maakte je wel beter. Je ging je echt verdiepen.”
Wat heeft u het meest gebracht?
„Heel simpel: ik heb ongelofelijk veel geleerd. Ik heb onderwerpen moeten doorgronden waar ik anders nooit mee bezig was geweest. En ik heb geleerd om vanuit andere perspectieven naar problemen te kijken. Dat neem ik voor de rest van mijn leven mee.”
En persoonlijk?
„Het thuisfront is altijd ontzettend belangrijk geweest. We hebben thuis altijd veel over politiek gesproken. Ik toetste dingen ook bewust. En nu zie ik dat mijn kinderen aan tafel net zo fel discussiëren als ik vroeger. Dat vind ik eigenlijk wel bijzonder.”
Wanneer voelde u dat het niet meer werkte binnen VoorBaarn?
„Dat sluimert vaak langer dan je zelf wilt toegeven. Je voelt dat je steeds vaker moeite hebt met bepaalde compromissen. En ik merkte dat het steeds moeilijker werd om uit te leggen wat het standpunt van de partij was.”
Had de breuk voorkomen kunnen worden?
„Achteraf kun je altijd zeggen dat dingen anders hadden gekund. Natuurlijk. Maar als de energie eruit is en je elkaar niet meer goed vindt, dan moet je op een gegeven moment eerlijk zijn. Ook naar jezelf.”
Waarom besloot u na de breuk toch door te gaan als raadslid?
„Omdat ik dat verschuldigd was aan mijn kiezers. Ik had veel persoonlijke stemmen gekregen. Dan vind ik het makkelijker om te zeggen: ik stop er maar mee. Dat heb ik echt niet willen doen.”
U bent kritisch over hoe de coalitievorming na de verkiezingen is verlopen. Hoeveel u aan de knoppen zat?
„Voor mij was het eigenlijk heel simpel: de winnaars moeten beloond worden. Ik vind nog steeds dat er toen een andere balans mogelijk was geweest in de coalitie. Dat had verschil gemaakt.”
Wat ging er volgens u mis in de samenwerking?
„We hadden vooraf afgesproken: houd landelijke thema’s buiten de deur. Blijf lokaal. Maar in de praktijk kwamen juist ideologische en landelijke discussies steeds meer naar voren. Dat botste met mijn manier van politiek bedrijven. Ik ben pragmatisch.”
U zegt dat u daardoor steeds meer in de knel kwam met uw eigen overtuiging.
„Ja. Op een gegeven moment voelde ik: dit druist tegen mijn eigen kompas in. En ook tegen wat mij na de verkiezingen was toevertrouwd. Dan krijg je spanning, niet één keer, maar steeds opnieuw.”
U bent altijd uitgesproken geweest. Heeft dat u ook in de problemen gebracht?
„Dat hoort erbij. Ik ben soms hard, dat klopt. Dat is niet onbewust. Maar wat me het meest heeft tegengestaan, is wat er achter de schermen gebeurt. Gedoe, framing, verhalen die rondgaan. Dat vind ik het lelijke van de politiek.”
U noemt de politieke cultuur soms zelfs een ‘slangenkuil’.
„Ja. Dat woord past helaas wel. Kritiek moet je gewoon kunnen geven, maar bespreek het binnenskamers en toon naar buiten toe eenheid. Dat gebeurde te vaak niet.”
Heeft deze periode u aan het twijfelen gebracht over de lokale democratie?
„Ja, eerlijk gezegd wel. Je merkt hoe weinig invloed de raad soms daadwerkelijk heeft op het uiteindelijke beleid en hoeveel er al vastligt in processen, afspraken en structuren.”
Dat klinkt teleurgesteld.
„Dat ben ik ook. Ik heb echt momenten gehad dat ik dacht: wat is hier nou nog de echte invloed van volksvertegenwoordigers? Je ziet dat niet alleen lokaal, maar ook landelijk.”
Heeft u ergens spijt van?
„Nee. Ik heb deze twaalf jaar niet willen missen. Ik heb mensen kunnen helpen, dossiers kunnen beïnvloeden, gesprekken kunnen voeren die anders nooit waren gevoerd. Dat weegt voor mij zwaar.”
Wat zou u achteraf anders doen?
„Misschien eerder en scherper grenzen trekken. En misschien bij de formatie na de verkiezingen toch harder op een andere samenstelling inzetten. Het is bijvoorbeeld opvallend hoe ik soms in de oppositie kan samenwerken met de VVD. Maar of dat alles echt anders had gemaakt? Dat weet je nooit.”
U besloot uiteindelijk om ook met Lijst Schouten niet door te gaan. Waarom?
„Omdat ik merkte dat ik er niet meer vol achter kon staan. Een politieke beweging bouwen vraagt enorm veel tijd, energie en focus. En die energie krijg je niet meer terug als je het eigenlijk achter je wilt laten.”
Krijgt u nog vragen van kiezers?
„Ja, nog steeds. Bijna dagelijks krijg ik appjes: ‘Waar moeten we nu op stemmen?’ Maar dat antwoord heb ik niet. En dat vind ik eerlijk gezegd ook lastig.”
Sluit u een terugkeer in de politiek uit?
„Ik zeg nooit nooit, maar voor nu: nee. Het boek is dicht. Er gaan andere deuren open.”
Wat wilt u kiezers tot slot meegeven?
„Blijf betrokken. Zeg wat je vindt. Maar verwacht niet dat het systeem vanzelf verandert. En tegen nieuwe raadsleden: wees consequent. Dat is wat kiezers willen; dat je staat voor wat je zegt. Ook als je alleen staat.”
(Bron: Baarnsche Courant)
